Het ontwerpen en maken van fabelachtig begeerlijke bedden is één ding, het opzetten en in stand houden van een succesvol bedrijf is nogal iets anders. Lammerts van Bueren vroeg Simon Horn hoe hij ertoe kwam en hoe hij er, na aanvankelijk bescheiden tegenzin, mee akkoord ging voor zichzelf te beginnen. In zijn eigen woorden verteld hij hoe het is gegaan.
"Waarom het een succes was? Ik veronderstel dat de belangrijkste reden was dat het innovatief was, nieuw.
Nieuw omdat de bedden van hout zijn. Bijna alle bedden in antieke stijl die toen verkrijgbaar waren bestonden uit messing.
Nieuw omdat ik toen kersenhout gebruikte, iets wat sindsdien veel alledaagser is geworden, maar in die dagen zelden in Engeland werd gebruikt. Inmiddels hebben we een grote collectie bedden van verschillende houtsoorten, met bijvoorbeeld palissanderhout, dat, voor zover ik mij daar bewust van ben, nog door niemand anders in de westerse wereld voor bedden word gebruikt.
En nieuw omdat de ontwerpen Frans waren, mensen waren zich bewust van deze bedden, maar blijkbaar in hun onderbewustzijn, want ze waren gewoon niet verkrijgbaar.
Maar het was ook een succes omdat ik het geluk had dat men bij het ondernemerschap nodig heeft om succesvol te zijn.
Ik startte het bedrijf in 1982, maar raakte een jaar daarvoor voor het eerst betrokken bij meubelen. Ik handelde in stukgoederen, en het kantoor waar ik voor werkte kreeg een raam dat uitkeek op Beauchamp Place.
Een van mijn partners merkte op dat dit raam meer dan een jaar lang gesloten was geweest en het zag er dan ook sjofel uit. Ik plaatse er wat mooi, maar slecht gefineerd, taxishouten meubilair in en concentreerde me op mijn werk, varkensvleesbuiken of wat er zich dan ook voordeed.
En, nee maar, er kwam een Canadese man binnen en vroeg me of het te koop was. "Mijn God", dacht ik, "Ik hoop dat hij me er geen vragen over stelt", maar hij kocht voor meer dan duizend pond en ik besloot dat het misschien toch wel de moeite waard was om me erin te verdiepen.
Dus ging ik naar East End, dat in die tijd de beste plek was voor deze zaken, en begon tentoonstellingen en veilingen af te struinen. Na verloop van tijd had ik twee belangrijke ontmoetingen. De eerste hiervan was een Fransman die ik op een tentoonstelling tegenkwam. Hij keek verwaarloosd en droevig, maar zijn meubelen waren ongelooflijk stevig gemaakt, gebouwd als een tank. Heel anders dan bij vele van de Engelse reproducties die ik tot dan toe had gezien, die van zacht hout waren en makkelijk beschadigen. Helaas was alles van hem in Louis XV stijl, agressief Frans, helemaal niet naar Engelse smaak, wat waarschijnlijk zijn verloren indruk verklaarde.
Mijn volgende meevaller was dat ik in mijn handelsdagen een goed advies had gegeven aan een man van Smithfield die, gedeeltelijk met mijn hulp, erin slaagde binnen een paar maanden de stukgoederenmarkt van ingevoerde kalkoenen in het nauw te drijven. Dit legde de man geen windeieren, en toen hij erachter kwam dat ik geïnteresseerd was in meubelen, introduceerde hij me bij de beste vakmensen van East End. "U bracht me in de kalkoenen, ik breng u in de meubelen. De ene goede verandering verdient een andere goede verandering". Door hem leerde ik in drie maanden wat anders wellicht tien jaar had gekost.
Toen, bij puur toeval (weer), kwam ik erachter dat Liberty's problemen had met zijn meubelafdeling. En slaagde ik erin om 200 m2 ruimte te krijgen in hun winkel. Ik mocht het Simon Horn Furniture noemen en de enige verplichting die ik had was 25% van de omzet afdragen. Een prachtige manier om voor jezelf te beginnen: geen overhead-kosten en één voet binnen bij Liberty's. De omzet in het eerste jaar bedroeg £47.000,-. Het jaar daarop verdubbelde dat, en het jaar daarop weer. Maar het belangrijkste was dat ik er twee dingen leerde. Ten eerste leerde het me veel over meubelen, maar ten tweede, en belangrijker, leerde ik dat er voldoende mensen waren die bereid zijn te betalen voor exclusieve handgemaakte kopieën van antiek.
Dat is waar ik de handel leerde; de vakmensen die vervaardigen en het publiek dat het koopt. En omdat ik nu zelf bij Liberty's aanwezig was leerde ik een vrouw van de linnen-afdeling kennen, en vertelde haar dat ik dacht dat het tonen van haar bedlinnen op mijn Franse bedden wellicht de omzet verhoogde. Wat ook inderdaad gebeurde, maar hoofdzakelijk op de bedden. Zo snel als ik de bedden op de winkelvloer zette en aankleedde met bedlinnen, zo snel kocht men het. Op dat moment realiseerde ik me dat ik een gat in de markt had gevonden.
Zoals ik al eerder zei, het innovatieve zat niet in het basis-ontwerp, maar in het aanpassen van traditionele Franse ontwerpen aan moderne behoeften. De maatvoering, hoofdzakelijk. In het verre verleden sliepen mensen eigenlijk niet samen, ze hadden de neiging om zijwaarts te liggen, omhoog en opgepropt op kussens (om wat men toen dacht dat goed was voor de gezondheid waarschijnlijk), en daarom hoefden de bedden toen niet zo lang te zijn.
De Fransen hebben een grote traditie in het vervaardigen van bedden, voor ieder tijdperk een verschillende stijl, maar alles van hetzelfde standaard vakmanschap.
Ik nam de gewenste elementen uit die tradities, en zoals ik al zei realiseerde ik me dat ik een niche gevonden had.
Dus toen ik in 1984 hiernaartoe verhuisde wist ik dat ik de juiste formule had gevonden: om iets ongewoons te vinden in design en materiaal, en het te vervaardigen in de hoogste kwaliteit. Het werd steeds succesvoller, omdat meer en meer mensen zich er van bewust werden, deels door mond op mond reclame, maar veel is te danken aan het werk dat door Sheila FitzJones en haar mensen werd gedaan. Ik had een opeenvolging van PR-bedrijven achter de rug, die allen volgens hetzelfde patroon leken te werken. Ze berekenden me een maandelijkse commissie, en na zes maanden verontschuldigden ze zich dat ze niets voor me hadden kunnen doen, met de mededeling dat de relatie beëindigd zou worden.
En toen kwam er op een avond een dame binnen (ik was helemaal alleen en de lichten waren uit om kosten te besparen) en zei "Mr. Horn, niemand weet van het bestaan van uw mooie bedden. U moet het ze echt vertellen". Dus vertelde ik haar wat mijn mening was over PR en dacht ik dat het de laatste keer was dat ik haar zou zien.
Een paar weken later kwam ze weer binnen, en drong ze erop aan dat de wereld mijn bedden moest leren kennen en dat zij dit kon verwenlijken. En weer wees ik haar de deur. Toen ze uiteindelijk voor de derde keer binnenkwam drong het tot mij door dat ze niet op zoek was naar een nieuwe account, maar dat ze er echt in geloofde dat ze iets voor mij kon betekenen. Dus vroeg ik haar voor wie ze zoal werkte, en somde ze een enorme lijst op met daarbij de grootste namen op interieur-gebied.
Wat ik niet wist was dat Sheila zo goed als de uitvindster was van de PR voor design en interieurs, ongelooflijk succesvol was en alleen opdrachten aannam waar ze zelf in geloofde. Zij en haar team hebben sindsdien fantastisch werk voor me geleverd en we zijn ook vrienden van elkaar geworden.
Natuurlijk bestaat het gevaar dat, wanneer je een PR-bedrijf inschakelt, je begint te geloven in alle mooie dingen die ze over je blijven zeggen. Maar succes wordt nooit alleen en zonder steun behaald; het is de handigheid om je te omringen met mensen waar je van houdt en die je respecteert. Waardoor je bereid bent om naar ze te luisteren als ze het niet met je eens zijn. Mensen als Prue, mijn vrouw, die mij ook in zware tijden heeft meegemaakt. En het team dat met mij werkt, hier in Engeland maar ook in Frankrijk. Velen van hen hebben met mij alles meegemaakt.
Je hebt ook visie nodig. Om Sheila te helpen om mij te helpen moest ik haar dingen blijven geven om over te schrijven. Wat in eerste instantie nieuw was werd al weer snel gekopieerd, maar we proberen voortdurend om met nieuwe ideeën op de proppen te komen, en we hebben wel een paar grote successen gehad en een hoop plezier!
Zoals de kinderkamercollectie die we in 1993 creëerden, die jaren ontwikkeling vergde maar compleet uniek was en een direct succes. Of onze pull-out beds (uitneembare bedden); iedereen maakte twee 1-persoons bedden die samengevoegd konden worden tot een 2-persoons, maar geen van allen werkten ze echt. Daarom werd er een volledig uniek systeem ontworpen met een geweldig comfortabel 2-persoons matras.
Een paar jaar later wilden de bladen geen traditionele meubelen meer laten zien, de trend was 'hedendaags' design. Dus werd het de uitdaging om met iets te komen dat aan deze verandering tegemoet kwam, zonder compromissen te sluiten ten aanzien van de standaarden die zo kenmerkend voor ons zijn. Het Florence 'lit bateau' van esdoornhout met een hele lichte kleurstelling kwam uit dat proces tevoorschijn, en voor zover ik weet wordt zoiets door niemand anders in Engeland gemaakt.
Dat waren allemaal fantastische PR-instrumenten. Je hoopt dat een blad dat oppikt en het publiceert, dat het een lezer interesseert, en dat hij of zij de showroom bezoekt en daar genoeg andere modellen vindt die ook de moeite waard zijn.
Ook moest ik in gedachten houden dat er in die meer dan 20 jaar sinds ik begonnen ben er een hele nieuwe generatie potentiële klanten is ontstaan. De dingen veranderen, en ik heb eveneens moeten veranderen, om vooruit te komen.
Mijn meest recente project is wat ik momenteel het 'e-bed' noem, een bed vol met elektronische hebbedingetjes als tv, cd, dvd, wat je maar kunt verzinnen. Wanneer je op een receptie bent kun je het opbellen en het vragen zichzelf op te warmen, zodat het klaar voor je is zodra je thuis bent. De grootste moeilijkheid van dit project is om alle technologische veranderingen bij te houden, maar de lancering dient volgend jaar plaats te vinden.
Ik ben een ondernemer, sommigen noemen me uitvinder, en ik heb er nooit van gehouden om voor anderen te werken. Ik genoot er altijd van om gecalculeerde risico's te nemen. De onderneming was nooit succesvol geworden als ik geen risico's had genomen, als ik niet iedere keer iets nieuws probeerde. Wat me echt een kick geeft is de opwinding wanneer ik iets creëer, of als ik op een idee of een artikel kom wat daarvoor nog niet bestond."